Huttentocht in de Stubaieralpen september 1994

Zaterdag 17 september.

We vertokken om 9.00 uur vanuit Apeldoorn. Het was licht bewolkt met af en toe zon. Luud heeft het eerste deel door het Ruhrgebied gereden tot bij Siegen. Daar hebben we koffie gedronken in een bijzonder aardig wegrestaurant. Helemaal nieuw, fraai gebouwd met mooie meubels. Vervolgens ben ik gaan rijden richting Frankfurt en Würzburg. Daar tanken en vervolgens reed Luud weer verder. S”Ochtends tijdens het eerste deel van onze reis hebben we de nodige regen gehad, daarna werd het droog en zonnig.

Luud reed tot voorbij München alwaar we weer gewisseld hebben. Tussen München en Salzburg stonden we 20 minuten in de file. Vervolgens richting Innsbruck, Brenner en het Stubaithal. In Oostenrijk was het rustig op de weg. De gemiddelde snelheid waarmee wij reden lag tussen de 140-160 km/uur. Dat schoot dus lekker op.

Om 17.20 uur waren we in Neustift. We hebben de auto geparkeerd en zijn een stube binnengegaan om ons eerste halve liter bier te drinken. Daar waren we wel aan toe. Daarna zijn we het dorp in gegaan om wat rond te kijken. Daar troffen we een informatiebord met allerlei overnachtingsmogelijkheden. Er stond ook aangegeven wat vrij of bezet was. Ook hing er een telefoon om gratis contact op te nemen met een mogelijke overnachtinglocatie.

We maakten een keus en vervolgens heb ik angerufen nach die Familien Steinbock, In Hause Alpenwelt (wat een originele naam). Er was nog plaats en het kostte 250 ÖS per persoon. Met de auto naar Hause Alpenwelt, een vriendelijke mevrouw Steinbock wees ons de kamer. Deze zag er goed uit. Uitpakken en inruimen, bellen met het thuisfront want er was een telefoon.

We trokken het dorp in om een eetgelegenheid te zoeken. We vonden al snel een tamelijk nieuwe gelegenheid boven een winkelcentrum. Smaakvol ingericht en er zat al het nodige volk. Luud bestelt witte wijn en ik een halve liter bier. We namen een gerecht met veel vlees, frietjes en groente. We dronken er een fles rode wijn bij. Ik nam nog een cappuccino na (kosten 700 ÖS). Nog een eindje door het dorp gezworven en in een andere gelegenheid beide 2 schnaps gedronken. Om 21.00 uur waren we weer thuis. We lagen om 21.30 uur in een tweepersoonsbed.

 

 

stubaier huttentocht

 

 

Zondag 18 september, opgestaan rond 7.30 uur om te douchen. We hebben prima geslapen. Buiten was het bewolkt met hier en daar een beetje blauw in de lucht, gelukkig wel droog, het zag er dus goed uit.

Om 8.10 uur zaten we aan het ontbijt met elk 2 broodjes met jam, kaas of casselerrib met koffie. Het smaakte ons goed. Spullen pakken, afrekenen (620 ÖS) en vertrekken. In het dorp nog wat informeren bij de plaatselijke VVV.

De auto hebben we geparkeerd bij Das Freizeitcentrum. Vanaf daar vertokken we om 9.20 uur, een wandelpad naast de beek. We zouden nog lang op een bus moeten wachten dus liepen we alvast het dal in. Via Neustift, Stackler, Schaller, Krőssbach naar Gasteig. We hadden 1 uur en 15 minuten gelopen. Daar hebben we een kwartier op de bus gewacht, deze kwam om 10.45 uur. Hij zat tamelijk vol. In een kwartier reden we naar het einde dal Mutterbergalm.

Hier vertrokken we (1721 m.u.m) om 11.15 uur. Het was half bewolkt met af en toe zon. Het pad was eerst sneeuwvrij maar later werd dat minder, dus liepen we in de sneeuw. Wel werd het steeds zonniger, de truien konden uit en de zonnebrillen moesten op. Rond 13.00 uur waren we bij de Dresdenerhűtte. Het was een mooie wandeling met veel zon en sneeuw. Vanaf de hut was er een mogelijkheid om met een lift naar boven te gaan, al onze medepassagiers van de bus namen de lift, alleen wij liepen. De lift ging overigens verder dan onze hut, hij ging verder de bergen in en eindigde bij een restaurant en de gletsjer. Bij onze hut bleef het dus tamelijk rustig.

We liepen de berghut in en bestelden eerst een pot bier en een dagsoep. Daarna hebben we ons ingeschreven in het matrazenlager (3 stapelbedden per kamer). We besloten om toch nog maar naar boven te wandelen want het was nogal erg vroeg(13.30 uur) en het weer was goed. Het was wel een en al sneeuw daar waar wij liepen. Uiteindelijk stegen we tot een hoogte van 2650 m.u.m. Hier was men bezig een nieuw skioord te realiseren, het was dus een bouwplaats. De zon verdween achter de wolken, wij besloten iets te eten in het restaurant en zijn daarna weer afgedaald. Rond 15.30 uur waren we weer terug bij onze berghut. Het was hier nog steeds erg rustig, het leek wel of wij de enige klanten waren. We hebben een tijdje deels in de zon, buiten gezeten. Om 16.30 uur zijn we naar binnen gegaan, we zijn de enigen in de gelagkamer. Luud was nog even naar onze slaapkamer gegaan, daar zaten 3 gasten. Om 17.15 uur kregen we ons bergsteigeressen: 2 gehaktschijven, aardappels, koude kool en wortelsalade. Het smaakte uitstekend. Vervolgens zijn we gaan lezen, ik lees van M. t Hart: De steile helling. Luud leest: ‘Oom Oswald’ van Roald Dahl.

Het bleef rustig in de hut, naast ons waren er nog 3 wandelaars. Omdat we vroeg hadden gegeten was het een lange avond tot 21.00 uur. Toen zijn we naar bed gegaan. We hebben overigens de hele avond kunnen genieten van muziek van de Ostereichische musikanten.

Maandag 19 september, mistig, soms zon dan weer helemaal dicht.

Opgestaan om 7.15 uur, minimaal wassen en dan aan het ontbijt. Elk 2 boterhammen met divers beleg en koffie, smaakte weer goed.

Het weer was niet optimaal, gister was het al dichtgetrokken en dat was nog steeds zo. Er ging veel mist, soms zag je wat en dan weer niets. We bleven dus maar in de hut zitten. De 2 Duitsers kwamen naar ons toe om te vragen wat onze plannen waren. We bleken hetzelfde reisdoel te hebben. We bleven echter wachten tot de mist was opgetrokken en de zon zou doorbreken. We hebben een tijdje met de mannen zitten praten. Op een gegeven moment zijn we naar buiten gegaan om wat rond te kijken. We daalden af naar de lift, daar spraken we mannen die een poging hadden gedaan om naar boven te gaan via de Peiljoch om naar de Sulzenau Hutte te lopen. Zij waren teruggekeerd terwijl drie anderen wel zijn doorgegaan.

Het was erg mistig, er lag veel sneeuw met daaronder een ijslaag. Het leek ons te riskant om de geplande route te lopen. Daarom besloten we om weer terug richting dal te gaan, zoals we gister gekomen waren. Luud overwoog om de lift te nemen maar dat stond mij tegen. Dus pakten we onze spullen en vertrokken we om 10.40 uur. Er hing mist en het sneeuwde lichtjes. De afdaling verliep prima, in 50 minuten waren we beneden bij het dalstation van de stoeltjeslift. We daalden verder af het dal in en volgden een pad langs de beek. Na 20 minuten kwam er een aftakking naar boven richting de Sulzenauhutte. Het was een prachtig smal pad door het bos wat langzaam steeg. Het weer was inmiddels weer prima, droog met af en toe de zon. Na ruim 2 uur lopen hielden we een stop om wat te gaan eten. Op een plek met grote keien aten we onze crackers, drinkbouillon en koffie. De zon scheen steeds meer, we hadden een mooi uitzicht richting dal. We hebben 45 minuten gerust. Ons pad vervolgde zich door een redelijk smalle doorgang waar Luud nog enige gemzen ontdekte. Vervolgens kwamen we in een soort van vallei helemaal omsloten door bergen, er lag een ruime vlakte waar de Sulzenauerhutte lag, een reisdoel voor dagjesmensen. We passeerden de hut want we hadden net gegeten. Vanaf dit punt zagen we in de verte onze hut al liggen, prachtig gelegen aan de rand van de sneeuw. Het zou nog een uur lopen zijn, we kwamen er aan om 15.15 uur.

            De hut ligt op een hoogte van 2200 m.u.m. Eerst namen we een pot bier waarna we vervolgens een slaapruimte zochten, een slaapzaal met aan beide kanten bedden voor 18 personen. Het zal wel niet vol komen want het was rustig in de gelagkamer ( er komen nog 6 man). We treffen een groepje van 4 Nederlanders, ze komen uit Wassenaar. Nadat we ons eens goed gewassen hebben met ijskoud water gepaard gaand met veel geschreeuw hebben we nog een tochtje gemaakt richting de gletsjer. Het weer was goed, mistnevels afgewisseld met zonnige momenten. We hadden een mooi zicht op het dal waar de zon rijkelijk scheen. We liepen in rap tempo op onze gymschoenen nog 200 meter hogerop waar we een mooi uitzicht over een meer en de gletsjer hadden.

Na de wandeling genoten we van het bergsteigeressen, spaghetti met een pot bier. We zaten aan tafel met de groep uit Wassenaar waar we mee de rest van de avond gepraat hebben. Buiten was het inmiddels weer mistig geworden. Om 21.30 uur naar bed.

Dinsdag 20 september,

Opgestaan om 6.45 uur, redelijk goed geslapen. Er was één stevige snurker maar dat schijn ik zelf ook regelmatig te doen. Het was buiten geheel onbewolkt en dus strak blauw. In het dal echter lag een dikke laag bewolking. Het was een prachtig uitzicht met die wolken over het dal, de blauwe lucht met een opkomende zon, gepaard gaand met een mooie rode gloed.

We hebben ontbeten en ingepakt, om 7.50 uur zijn we weer vertrokken. Met de regenjassen aan en de petten op want het vroor 1 graad. Maar het zicht op de witte besneeuwde bergen tegen de blauwe achtergrond was schitterend. De groep uit Wassenaar ging ongeveer gelijktijdig met ons op pad. De groep bestaat uit een moeder met zoon en een vriend en vriendin van moeder. Moeder had altijd al eens graag een huttentocht willen doen, zoonlief deed niets anders. Ook maakte hij regelmatig klettertochten. Vandaar dat zoonlief het hele gezelschap had uitgenodigd voor deze huttentocht. Maar moeder loopt niet zo snel en is nogal onzeker dus lopen ze 2 maal zo lang over de route. Ze bleken dezelfde route te nemen als wij, er staat ongeveer 4 uur voor.

We vertrokken op een hoogte van 2191 m.u.m en we moesten over een kam van 2762 mum. Om daarna weer af te zakken naar en hoogte van 2280 m.u.m ( de Seechater). Het werd een prachtige tocht. Eerst een pokkeltje over en daarna weer naar beneden in een dal -plateau. Vervolgens over een morenerand omhoog. Er lag steeds meer sneeuw. We nadereden een hoog gelegen meer, die Gunaussee -2230 m.u.m. Regelmatig zagen we sporen van verschillende dieren in de sneeuw, de dieren zelf hebben we niet gezien. In de verte zagen we het vervolg van onze route liggen, eerst naar beneden en dan over een reeks van toppen, ook het spoor was goed waarneembaar. Dit spoor was gevormd door wandelaars die gister deze route gelopen hadden. Vandaag waren wij de eerste, de groep uit Wassenaar volgde ons. De sneeuwlaag werd steeds dikker dus besloten wij de gamaschen om te doen, deze kwamen ons nu dus goed van pas. Al stijgend werd het uitzicht steeds fraaier richting dal en onze vorige hut. Ook werden we steeds meer een met de bergen, geheel omgeven door witte toppen, een intens blauwe lucht en doodse stilte.

Het lopen werd steeds moeilijker, je glijdt eens wat vaker weg. Af en toe behoorlijk steil, we moeten met handen en voeten naar boven.

Boven lag een ijsveld met dierensporen. We waren voornemens hier overheen te gaan. Onze voorgangers echter zijn vlak onder de rotsen door gegaan wat af en toe erg moeilijk was omdat het zo steil was. Na het nodige gezwoeg kwamen we dan eindelijk, na 3 uur klauteren boven op de top. De beloning was een prachtig uitzicht aan weerskanten, overal witte toppen met een intens blauwe lucht als achtergrond. We hebben een rots sneeuwvrij gemaakt om water te koken voor koffie, we aten crackers, gedroogde vruchten, een reep en worst. We lieten het ons weer goed smaken. Ondertussen kregen we geen genoeg van het uitzicht!

Ver onder ons zagen we de Wassenaarse groep hun weg omhoog zoeken. Na het eten hebben we nog een poging gedaan richting de gletsjer. We volgden weer een spoor van gemzen (of andere dieren). We zijn nog een eind gekomen maar de sneeuw reikte tot boven onze knieën. Het lopen op deze wijze was zeer vermoeiend en dus keerden we op onze schreden terug. We hadden onze rugzakken op onze lunchplek laten staan. Dus namen we de rugzakken weer op en vertrokken om 13.00 uur weer naar beneden. We liepen nu voortdurend in de zon dus moesten de blote delen en de lippen worden ingesmeerd. Aan deze kant van de berg lag ook veel sneeuw, tot aan de hut toe. De sneeuw was echter veel papperiger en dus natter. We volgden weer het spoor van voorgangers van gister.

Na 1 uur afdalen kwamen we om 14.00 uur bij de volgende hut aan. Meteen op het terras zitten en een biertje gedronken. We zaten lekker in de zon te bakken. Vervolgens slaapplaats zoeken en ons wassen. Daarna nog even van de laatste zon genieten en toen naar binnen. Ik ben gaan schrijven en Luud ging lezen. Rond 16.45 liep ik even naar buiten en zag de Wassenaarse groep juist aankomen. Zoonlief had moeder de hele tocht intensief begeleid, stap voor stap, ze waren kapot. De andere twee waren er goed aan. Gezamenlijk hebben we onze ervaringen over de tocht uitgewisseld. Daarna hebben we samen gegeten, wij aten Goulash mit Salat und Bier! Het heeft ons weer goed gesmaakt. Na het eten kwam de waardin bij elke Tafel afrekenen, het eten als ook het slapen. Tevens informeerde ze hoe laat we wilden ontbijten. In de loop van de avond kwam ze met een fax waar de weersberichten op stonden. Deze werd voor in de gelagkamer opgehangen. In de hut was het redelijk rusten, in totaal waren er 16 gasten ( 4 Wassenaarders, 4 Oostenrijkers, 1 einzelgänger, 3 Brabanders, 2 Engelsen en wij).

We hebben de hele avond met onze Wassenaarse vrienden doorgebracht. Dat was erg gezellig, de tijd vloog. Om 21.45 uur gingen we naar bed. We sliepen met 2 Engelse jongens. Ik heb slecht geslapen en stond met hoofdpijn op.

Woensdag 21 september,

Opgestaan om 7.10 uur, wassen en om 7.30 uur aan het ontbijt. Om 8.25 uur vertrokken via Simmingjoch naar Bremerhutte.

Nurnberghaus (2280) 3 uur klimmen naar Simmingjoch (2280) 1,15 uur dalen naar Bremerhutte (2413).

Het zou een zware tocht worden. Gister was al een pittige wandeling maar vandaag was zwaarder. Het weer was prima. Gister vroor het een graad maar nu was het ruim boven 0.(± 10 graden). Wel hingen er wolkenvelden rond de toppen maar er was ook veel blauwe lucht te zien. We begonnen met enig stijgwerk en daarna weer dalen naar een waterstroom. Dit was af en toe een pittige afdaling op handen en voeten. Er stond ook nog een stevige koude wind. We droegen regenjassen tegen de kou. De wind joeg door het dal en nam mistflarden met zich mee. Na een bruggetje over de beek ging het weer stijgen. Er lag nog enige sneeuw. Er waren geen sporen voor voorgangers dus moesten we ons eigen pad zoeken. Het stijgen was behoorlijk pittig, regelmatig trokken we ons met kabels naar boven. Omdat je vlak boven het dal zat en de helling steil was vond ik het eigenlijk wel link. Op een gegeven moment hadden we een kabel gemist dus zochten wij een zo logisch mogelijke route. We moesten over een grote gladde rots waar sneeuw op lag. Luud ging eerst op handen en voeten de sneeuw wegschuivend naar boven. Ik duwde hem met de pickel onder zijn voeten. Hij redde het en zag toen onze gemiste kabel hangen. Toen was ik aan de beurt, ik scheet peultjes maar liet dat niet blijken. Het lukte mij niet want ik gleed steeds weg en als je goed gleed was je weer snel beneden en daar was ik niet voor gekomen. Plotseling zag Luud dat de kabel verder naar onder hing dus moest ik een eindje terug lopen naar waar de kabel begon. Toen was het kinderwerk om je met behulp van de kabel omhoog te trekken. Na wat smalle paadjes te hebben gehad moesten we over een groot massief gesteente wat rond van vorm was. Er lag ook weer veel sneeuw op dus was het zoeken naar de juiste route. Dat is nogal vermoeiend, het je weg zoeken door de sneeuw.

Na 2 uur klimmen kwamen we op een soort van plateau of vallei omgeven door toppen, er lag ook een meertje. Hier hebben we 15 minuten gerust, wat water gedronken en een reep gegeten. Mijn regenjas was van binnen nat van transpiratie. Luud had daar geen last van maar dat mocht ook wel voor een regenjas van f 360, -.

            Het vervolg van onze route was eerst rustig stijgend langs het meer omhoog en vervolgens door een puinveld waar diverse stroompjes liepen. Er lag nog veel sneeuw en dus was het steeds zoeken naar keien met de rood witte signaalstrepen. Voor ons lag een puinhelling en daarboven moesten we ergens over de top. We waren al aan het stijgen toen ik ineens 2 a 3 mensen naar beneden zag komen. Het bleken er uiteindelijk 7 te zijn. Ze gingen al zigzaggend naar beneden. Halverwege de puinhelling troffen we elkaar. Zij kwamen van de Bremerhutte, daar waar wij naar toe gingen. Zij gingen naar de hut waar wij vandaan kwamen. We wisselden wat informatie uit en gingen toen ieder zijnsweegs. Het voordeel was dat wij nu eenvoudiger hun sporen naar boven konden volgen. Dat gold trouwens ook voor hen. Dat scheelt nogal met lopen want we volgende hun spoor en traden in hun voorgedrukte voetsporen. We stegen dus vlot ook zigzaggend over de puinhelling. Pas wanneer je van boven naar beneden kijkt zie goed hoe steil de helling was. Na deze puinhelling liepen we vervolgens tussen de rotsblokken verder omhoog. Er lag veel sneeuw variërend van 30 tot 70 cm. Steeds denk je wanneer je over een pokkel gaat dat je er bijna bent maar dan blijkt de top toch weer verder te liggen. We waren doodop maar we zouden pas pauzeren wanneer we echt boven zouden zijn. Na 3 uren lopen waren we boven, het was inmiddels 12.00 uur. Er stond een klein stenen hutje(niet toegankelijk). Rondom hadden we een mooi zicht op vele toppen, sommigen gehuld in wolken, de anderen fraai afstekend tegen de blauwe lucht. Er stond een ijzige koude wind. Eerst even gerust en daarna koffie gezet van gesmolten sneeuw.

Ik was er niet gerust op over het vervolg van onze wandeling. De laatste uren wandelen waren behoorlijk vermoeiend, zwaar en niet geheel zonder gevaar. Vanuit onze pauzeplek zocht ik hoe we verder naar beneden moesten en dat gaf mij niet een goed gevoel. Het zou niet een eenvoudige afdaling worden. Ik liet mijn ongerustheid niet blijken maar later toen we eenmaal bij de hut waren zei Luud dat hij het wel in de gaten had gehad.

Onze pauze duurde 45 minuten, daarna begonnen we aan onze afdaling. We waren net enige meters gedaald toen we 2 man naar boven zagen komen. Er hingen diverse kabels als hulpmiddel om af te dalen of te stijgen. Een van de mannen was behoorlijk met de kabels aan het worstelen. We hebben de mannen even gesproken. Een van hen wist te vertellen dat deze route weer voor het eerst open was omdat er teveel sneeuw gelegen had. Daarvan waren wij niet op de hoogte.

Wij daalden verder af met behulp van de kabels, dat viel nog niet mee. Daarna gingen we zigzaggend een erg steil deel af. Die mate van steilheid hadden we nog niet eerder meegemaakt. Luud gleed plotseling, maakte een duikeling maar bleef gelukkig liggen. Mijn muts raakte hij kwijt want die vloog nog tientallen meters verder naar beneden. Waarschijnlijk ligt hij daar nog. Gelukkig vonden we weer oude sporen waar we dankbaar gebruik van maakten. Maar was de sneeuw bij de klim nog droog (aan de oost helling) bij het dalen werd de sneeuw steeds natter want de zon staat er meer op te branden (west helling). Je gleed dus makkelijker weg. Je moet dus voortdurend goed uitkijken en opletten waar je je voeten zetten. Het blijft gevaarlijk, je glijd eenvoudig weg of verliest je evenwicht. Hoen verder we daalden hoe natter de sneeuw, het pletste onder onze schoenen vandaan. De schoenen en onze sokken werden dus zeiknat. Onze gamaschen overleefden het ook niet, de riempjes sneuvelden. Om 14.20 uur kwamen we dan eindelijk bij onze hut aan, we waren lichtelijk kapot. Eerst naar binnen om onze natte troep in de droogkamer te zetten in de hoop dat alles snel weer droog zou worden. Daarna een biertje voor mij en voor Luud een radler, genuttigd op het terras in de zon en een koude wind.

Tijdens het biertje hebben we de toch geëvalueerd, ik vertelde Luud dat ik niet gerust was geweest over deze afdaling. Ook Luud gaf toe dat ook hij hem wel geknepen had. Vooral door de grote hoeveelheid sneeuw zijn deze trajecten zwaar en niet geheel zonder gevaar. Maar eind goed al goed, we hebben het weer gered.

Na het biertje hebben we onze bedden klaargemaakt. Het lager ligt op de 2e verdieping, we waren niet de eersten, er was al een groepje van 5 Duitsers en een einzelgänger. Daarna hebben we ons fijn met ijskoud water gewassen. Vervolgens plaats genomen in de gastenstube waar we een liter heet water bestelden om onze eigen soep te maken. Luud ging lezen en ik schreef onze belevenissen. Rond 18.00 uur nuttigden wij ons bergsteigeressen, een flink bord spaghetti van zeker 400 gram.

De hut is eenvoudig, hij wordt gerund door 2 jongemannen. De gastenstube is niet groot, er is plaats voor ± 30 personen. Boven zijn er 42 slaapplaatsen. In de loop van de avond kwamen er nog 2 Engelse jongens aan die ook in de Nurnberghutte waren.

Na het eten hebben we tot 21.15 uur zitten lezen. Toen zijn we naar onze slaapplek gegaan, de rest ging ook pitten. We lagen dus met 10 man op het lager. Ik heb redelijk goed geslapen maar Luud had minder goed geslapen.

Donderdag 22 september,

We stonden op om 7.15 uur. Eerst even wassen en toen aan het fruhstuck, dit bestond uit een paar harde boterhammen, kuipjes honing, jam, boter en koffie. Na het ontbijt onze spullen gepakt, betaald en vertrokken rond 8.25 uur. Onze materialen die in het drooghok lagen waren gelukkig allemaal weer droog.

Nadat we de hut verlaten hadden was het even zoeken naar de juiste richting. Na een kwartier lopen stonden we voor een smalle doorgang over een brok rondig gesteente die tamelijk steil naar beneden ging. Er hingen gelukkig staaldraden ter ondersteuning. Het zag er nogal gevaarlijk uit maar we zijn toch aan de afdaling begonnen. Plotseling bleek dat we 15 tot 20 meter loodrecht naar beneden moesten, wel met behulp van staaldraad en stapijzers die in de rotsen zaten. Niet ongevaarlijk!

Luud was er nog maar net aan begonnen toen hij zich afvroeg of we maar niet beter terug zouden gaan om een alternatief te zoeken. Maar we hebben toch doorgezet en uiteindelijk is het ons gelukt deze hindernis te nemen. Na deze afdaling volgde er een besneeuwd pad over weer een steile helling. We waren blij toen het pad weer wat beter begaanbaar werd. Daarna langzaam weer klimmen, eerst over een pad maar vervolgens over een veld met alleen maar losse keien en rotsblokken. Hier raakten we het spoor kwijt. We klommen maar op goed geluk naar boven en daar vonden we het pad weer. Al zigzaggend liepen we verder naar boven. Boven aangekomen bleek dat we toch al weer 2 uur onderweg waren. Het was 10.45 uur, we hebben hier 20 minuten gerust. Daarna afdalen. Er bleek ineens geen spoor meer te zijn dus moesten zelf maar een route bepalen door een dik pak sneeuw. Meestal loopt Luud voorop maar nu viel mij die eer te beurt. Het begin van de afdaling was erg moeilijk. We lopen over steenblokken waar een laag sneeuw overheen ligt. Een pad of richting is dan moeilijk te bepalen, zeker wanneer nog niemand je voor is gegaan. Mijn gamaschen hadden het begeven dus schoenen en sokken werden steeds natter. Na een tijd afgedaald te zijn werd de sneeuw steeds minder en dus het pad beter begaanbaar. We volgden een soort van hohenweg, een smal paadje tegen de helling aan wat op en neer ging. Er melden zich ook een paar murmeltiere. We hoorden ze eerst en vervolgens zagen we ze ook.

Het pad begon weer te stijgen, we kwamen 7 mannen tegen die vertrokken waren uit de Innsbruckerhutte (om 8.30 uur). Op dat tijdstip waren ook wij vertrokken uit onze hut. Zij waren onderweg naar de Bremerhutte. Om 13.00 uur waren we weer op een top, daar hebben we een uur pauze genomen. Het was prachtig zonnig weer en we hadden weer een fraai uitzicht.

Rond 14.00 uur vertrokken we weer. We vervolgden het smalle paadje tegen een steile helling met soms duizelingwekkende diepten onder ons brak bij mij het angstzweet wel uit. Het is bepaald niet mijn hobby om op dergelijke smalle paadjes te lopen op een dergelijke hoogte. Ik concentreerde mij op het pad of keek naar de berg aan de andere kant. Ik liep steeds 20 a 30 meter voor Luud. Het stijgen nam weer behoorlijk toe, weer zigzaggend liepen we naar de top. Deze overgang was heel smal, al zittend klom je er over heen, zo zat ik met het ene been in het achterliggende dal en met het andere in het voor ons liggende dal. Het uitzicht in beide dalen was weer fenomenaal. We zetten de afdaling weer in, dat verliep vlot. Na enige tijd ging het pad weer omhoog, daar liep ik tegen een slangetje aan. Wanneer ik met mijn wandelstok naar hem wees begon hij hevig te sissen. Vervolgens over een rotsblokkenveld, nog even ergens wat water tappen uit een stroompje en daarna weer verder omhoog naar onze 4e top (of overgang). Het pad ging weer steil omhoog, het dal weer erg diep onder ons. Ik was als eerste boven, weer een schitterend uitzicht over de omgeving. We konden echt heel ver kijken.

Het weer was prachtig en de meeste toppen waren wolkvrij. We zagen de Bremerhutte met daarboven de gletsjers en toppen, we zagen de Brennerautobahn en het dal waar Innsbruck ligt. Vermoedelijk zagen we ook de Zillerthaler Alpen en de Italiaanse Ortler. Kortom het uitzicht was fenomenaal.

We verlangden inmiddels naar onze hut maar die was niet te zien. Wel zagen we voor ons een volgende pokkel waar we overheen moesten. Eerst dus stijgen, daarna weer dalen en weer steil zigzaggend naar boven. Daar aangekomen zagen we in de verte onze hut liggen, het was op dat moment 16.30 uur.

Eerst weer een kom door, afdalend over sneeuwpaden, rotsblokvelden en ten slotte sneeuw vrije paadjes. Om 17.00 uur kwamen we bij de hut aan, de Innsbruckerhutte. Het was een mooie hut en hij lag prachtig tegenover een hele serie pieken.

Eerst de gamaschen, sokken en schoenen in de droogruimte stallen. Daarna aan ons welverdiende biertje. Toen we eenmaal aan ons bier zaten durfden we elkaar wel te bekennen dat we het beiden wel regelmatig benauwd hebben gehad tijdens deze wandeling. Beiden hebben we hem wel geknepen, het was een lange en zeer vermoeiende toch maar wel met prachtige vergezichten. Na het bier hebben we onze slaapplaats gezocht, we waren tot nu toe de enigen. We zouden ons gaan wassen met koud water toen bleek dat er douches aanwezig waren. Dus na 5 dagen hebben we ons geschoren en hebben we een douche genomen, heerlijk verfrissend.

Daarna nog even naar buiten, kijken waar we vandaan gekomen zijn en waar we morgen moeten afdalen. Toen weer naar binnen om te eten, bergsteigeressen: aardappels met bieslook, zuurkool en casselerrib. Met een potje bier erbij smaakte het weer heerlijk. De hut is gezellig, er loopt een kind van een jaar of 2/3 jaar, dat geeft een familiesfeer. In totaal zijn er 8 gasten, inclusief wijzelf. Het matrazenlager hadden we voor onszelf. De twee Engelse jongens die we ook in de Bremerhutte gezien hadden zouden later ook nog komen, maar die zijn gelijk doorgelopen naar Neustift. Wij besloten morgenvroeg op tijd op te staan om na de afdaling (van ± 3 uur) de auto te pakken en meteen door te rijden naar huis.

De avond doorgebracht elk met een Radler en een flesje whisky. Om 21.15 uur naar bed. Na een half uurtje, ik sliep nog niet, kwam er nog iemand het lager op. We waren dus niet meer alleen.

Vrijdag 23 september,

Volgende dag om 6.30 uur opstaan, 7.00 uur ontbijt en om 7.30 uur vertrokken. Het was wisselend bewolkt met zon en wolken. Een flinke afdaling, na 1,5 uur gelopen te hebben zag ik een jeep bij een huis waar mensen uitstapten. Met deze auto konden wij terugrijden tot zowat in Neustift (voor 80 OS). Om 9.30 uur waren we weer bij de auto. Eerst even omkleden en toen naar het dorp voor koffie en een apfelstrudel. Daarna om 10.30 uur op naar Apeldoorn. We hebben een goede reis gehad, zonder files en kwamen in Apeldoorn aan om 19.30 uur.